SchOOLwiki

zoekopdracht

Periodiek kwaliteitsonderzoek

De inspectie van het onderwijs heeft de afgelopen jaren haar wijze van toezicht houden sterk veranderd. Er wordt nu gewerkt met zogenaamd “proportioneel toezicht”. Dit houdt in dat het niveau van toezicht afhankelijk is van het aantal risicosignalen dat inspectie ontvangt. Deze risicosignalen kunnen vanuit verschillende bronnen komen.

In september 2011 bracht de inspectie voor het laatst een bezoek op De Albatros. Dit schrijft de inspectie over ons in het inspectierapport:

 

 

Algemeen beeld

De inspectie komt tot de conclusie dat de onderwijskwaliteit op De Albatros van voldoende niveau is. Ze kent daarom aan de school een basisarrangement toe. Het team heeft de afgelopen jaren onder leiding van de schoolleiding hard gewerkt De 1-zorgroute en het directe instructiemodel zijn op planmatige wijze ingevoerd. Ook de leerlingenzorg en de kwaliteitszorg zijn, in vergelijking met het laatste inspectiebezoek, sterk verbeterd. Daarnaast heeft men onder andere gewerkt aan het versterken van de opbrengstgerichtheid van de leraren. Dit alles heeft ertoe geleid dat niet alleen de eindopbrengsten en de tussenopbrengsten voldoende zijn, maar dat vrijwel alle onderzochte indicatoren met een voldoende, of soms zelfs een goed, zijn beoordeeld. Dit laatste geldt met name voor enkele indicatoren binnen de aspecten didactisch handelen van de leraren, afstemming en de voorwaarden voor kwaliteitszorg.

Toelichting

Opbrengsten
Tot nu toe beoordeelt de inspectie eindopbrengsten als voldoende. Zij baseert zich hierbij op de resultaten die de leerlingen in groep 8 hebben behaald op de CITO Eindtoets.

Ook de tussenopbrengsten zijn in 2011 voldoende. Op alle vijf de ijkpunten (technisch lezen groepen 3 en 4, rekenen en wiskunde groepen 4 en 6 en begrijpend lezen groep 6) behaalt de school scores die boven de ondergrens liggen. Daarnaast heeft de inspectie gekeken naar de opbrengsten in de groepen 5 en 7. Ook deze liggen voor wat betreft rekenen en wiskunde en begrijpend lezen boven de ondergrens van de inspectie. Al met al een vertrouwenwekkend beeld. Voor de leerlingen in groep 8 die op een eigen leerlijn zijn geplaatst, heeft de school een ontwikkelingsperspectief geformuleerd met daarvan afgeleide tussendoelen. De school kan voor deze leerlingen aantonen dat deze leerlingen zich ontwikkelen naar hun mogelijkheden. De positieve ontwikkelingen van de afgelopen periode zijn volgens de inspectie toe te schrijven aan een aantal samenhangende factoren. De school staat onder leiding van een krachtige en inspirerende directie, die waarlijk onderwijskundig leiderschap toont. De inhoudelijk sterke intern begeleider is in staat leraren te enthousiasmeren. Ook beschikt de school over enthousiaste, leergierige en bekwame teamleden, die bereid zijn om kritisch naar zichzelf en naar elkaar te kijken. Hoewel leraren aangeven hard te moeten werken, geven ze tegelijkertijd aan dit er graag voor over te hebben omdat zij de effecten van hun inspanningen terugzien in het plezier van de leerlingen en de verhoogde leerprestaties. Leraren ervaren daardoor zelf meer werkplezier. Er is met andere woorden sprake van een waarlijk lerende organisatie.

Aanbod
De school gebruikt moderne methoden die voldoen aan de kerndoelen. Daarbij besteedt men extra aandacht aan het woordenschatonderwijs. Dit is een terechte keuze. Doordat de school het convergente differentiatiemodel hanteert, waarbij de leerlingen zo lang mogelijk bij de leerstof van het desbetreffende leerjaar betrokken blijven, biedt de school aan voldoende leerlingen de leerstof aan tot en met het niveau van groep 8.

Onderwijstijd
Leraren houden de begin- en eindtijden goed in de gaten en zorgen er, mede dankzij een goede klassenmanagement voor dat er vrijwel geen onderwijstijd verloren gaat aan organisatorische zaken. Zij gebruiken de geplande onderwijstijd efficiënt .

 Didactisch handelen
In het handelen van alle leraren is goed te zien dat er veel aandacht besteed is aan de implementatie van het directe instructiemodel. Leraren hebben zich dit model eigen gemaakt en hanteren de diverse fasen ervan op een functionele, en daardoor uiterst effectieve wijze. De inspectie beoordeelt de kwaliteit van de uitleg van de leerstof dan ook als goed. Leraren maken aan de leerlingen duidelijk welke leerhouding van hen verwacht wordt en zorgen daarbij voor een ordelijk verloop van het onderwijsleerproces. In alle groepen heerst dan ook een taakgerichte werksfeer (indicator 5.2).

Leraren spreken positieve en hoge verwachtingen uit van hun leerlingen en weten hen aan te spreken op hun specifieke kwaliteiten. Leerlingen tonen zich actief betrokken bij de onderwijsactiviteiten. Dit geldt zowel voor de activiteiten tijdens de instructie als voor de momenten waarop leerlingen zelfstandig aan het werk zijn. Ook deze indicator beoordeelt de inspectie met een goed. De combinatie van efficiënt klassenmanagement en een goed primair proces is naar de mening van de inspectie één van de verklaringen voor de goede opbrengsten.

Afstemming
Alle leraren hebben hun groep in kaart gebracht middels een groepsoverzicht. Deze groeps- overzichten zijn van een behoorlijk niveau en bieden voldoende informatie bij het opstellen van de groepsplannen. De groepsplannen zijn gespecificeerd per leerstofdomein. Daardoor kunnen leraren per leerstofonderdeel de gewenste afstemming realiseren. Doordat de groepsplannen aan het eind van elk blok worden geëvalueerd en er op grond van deze evaluatie zo nodig een herschikking van de onderscheiden groepen plaatsvindt, blijven de groepsplannen actueel en vormen daarmee een goede kapstok voor het plannen van de verschillende onderwijsactiviteiten. De wijze waarop de leraren afstemming realiseren tijdens de instructie beoordeelt de inspectie zelfs met een goed.

Leerlingenzorg
Leraren volgen de ontwikkeling van hun leerlingen nauwkeurig en analyseren de toets gegevens. De onderwijskundige conclusies hiervan zijn onder andere terug te vinden in de groepsplannen

Alle instromende kleuters zijn binnen zes weken goed in kaart gebracht, zowel in cognitief als sociaal-emotioneel opzicht. De school hanteert hierbij een eenduidige procedure en kan daarmee waarborgen dat alle potentiële zorgleerlingen vroegtijdig zijn gesignaleerd. Voor de leerlingen die extra zorg behoeven wordt een individueel handelingsplan opgesteld. Het format voldoet aan de eisen die hieraan gesteld mogen worden. De inhoud van de handelingsplannen is van voldoende niveau. Leraren zijn al dan niet in samenspraak met de interne begeleider, in staat heldere doelen te formuleren. Ook de wijze waarop het zorgtraject vormgegeven wordt staat kort en krachtig beschreven. In de groepsplannen is goed zichtbaar wanneer de hulp wordt verleend.
Bij de evaluatie van de afgeronde zorgtrajecten wordt niet alleen de vraag beantwoord of het doel wel of niet behaald is (productevaluatie), maar wordt ook vastgesteld welke factoren positief gewerkt hebben en welke belemmerend (procesevaluatie). Daarmee biedt de evaluatie voldoende input voor een eventueel vervolgtraject .

Kwaliteitszorg
Sinds de komst van de nieuwe directie enkele jaren geleden, is de kwaliteitszorg binnen de school sterk verbeterd. Het systeem van kwaliteitszorg is sindsdien een belangrijk instrument geworden voor de schoolontwikkeling en voor de borging van de gerealiseerde onderwijskwaliteit.

Sinds twee jaar worden de opbrengsten geëvalueerd en worden trendanalyses opgesteld. Aan de hand van de vooraf gestelde doelen, bepalen directie en teamleden welke verbeteractiviteiten noodzakelijk of gewenst zijn. Terwijl de analyse in eerste instantie uitgevoerd wordt door de interne begeleider en de directie, vindt de evaluatie op teamniveau plaats. Hierbij bespreekt men met elkaar op welke wijze eventueel noodzakelijke verbeteringen doorgevoerd kunnen worden en welke ondersteuning leraren daarbij behoeven. Niet alleen de betrokkenheid van de individuele leraren wordt hierdoor vergroot, maar ook de opbrengstgerichtheid van het team als geheel is door deze werkwijze versterkt. Aan de hand van een meerjarenbeleidsplan wordt het jaarplan opgesteld. Hierin staat een nadere concretisering van de ontwikkelactiviteiten van het huidige schooljaar. De geplande activiteiten staan helder beschreven. Het is daardoor voor alle betrokkenen duidelijk wat er op welk moment van hen verwacht wordt. Aan het eind van het schooljaar stelt de directie een jaarverslag op, waarin ze duidelijk aangeeft welke doelen wel, niet of deels behaald zijn en tot welke vervolgacties dit eventueel leidt. De school werkt hierdoor op planmatige wijze aan haar verbeteractiviteiten.

De directie speelt binnen de school een belangrijke en stimulerende rol. Zij zorgt voor voldoende draagvlak binnen het team en bewaakt op professionele wijze de ontwikkelingen binnen de school. Mede door veelvuldige klassenbezoeken door directie, intern begeleider en door leraren zelf, is voldoende gewaarborgd dat de afgesproken vernieuwingen daadwerkelijk worden geïmplementeerd. De inspectie is van mening dat mede door de wijze waarop de directie inhoud geeft aan haar onderwijskundig leiderschap, de school in de afgelopen twee jaar zo’n positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Zij beoordeelt dan ook de indicatoren de schoolleiding stuurt de kwaliteitszorg aan de schoolleiding zorgt voor een professionele schoolcultuur als goed.